Executie 1944 herdacht

Zondagmorgen 13 december is in Velp de executie herdacht van 10 jonge mannen die in 1944 bij de Emmapyramide werden doodgeschoten. Namens Velp voor Oranje en het 4 Mei Comité Velp zijn bloemen gelegd. Scouts van de Markesteen, die het monument hebben geadopteerd, houden daar binnenkort een wake met fakkels en bloemen. De Emmapyramide ligt aan het laatste stukje van de Kluizenaarsweg een eindje rechts het bos in.

Rotterdamsche Bank Velp

Geen van de gearresteerde jonge mannen was – voor zover bekend – actief  betrokken bij verzetswerk. Sommigen waren ondergedoken om niet in Duitsland te werk gesteld te worden. Toen de geallieerden het Zuiden van Nederland hadden bevrijd, probeerden ze –  onafhankelijk van elkaar –  de rivieren over te steken om zich aan te sluiten bij de legers van de Canadezen, Engelsen en Amerikanen. Ze belandden uiteindelijk allemaal in de beruchte gevangenis van de SD; in het gebouw van de Rotterdamsche Bank in Velp tegenover het postkantoor. Toen elders in Nederland burgeraanvallen op Duitse wachtposten waren uitgevoerd gaf Hans Albinn Rauter – de hoogste vertegenwoordigers van de SS in Nederland – opdracht om tien jonge mannen te executeren. Acht werden op 12 december uit de Velpse gevangenis gehaald en in de ochtend van 13 december bij de Emmapyramide doodgeschoten. Toen het massagraf na de oorlog werd geopend, bleek uit de ingeslagen schedels en andere verminkingen dat de jongens de nacht voor hun executie zijn gemarteld.

Leonard Toepoel (22 jaar) uit Amsterdam en Reyer van de Haar (25 jaar) uit Nijmegen probeerden de Waal over te steken bij Opheusden om zich aan te sluiten bij de geallieerden, die aan de overkant van de rivier bivakkeerden. Ze werden, net als de 19-jarige Josephus Bernardus Radstake uit Schiedam, gearresteerd en in Velp gevangen gezet. 

De Groningers Douwe Ruitinga (22 jaar) en Willem Jongsma (20 jaar) bleken bij een controle in het bezit van plattegronden. Verdacht van spionage werden ze opgepakt en in Velp opgesloten. Anthonius Brand (35 jaar) uit Montfoort was ‘op weg naar de Britten’, maar werd gearresteerd in het ‘Sperrgebiet’ tussen Rhenen en Wageningen. Ook Gerardus Brand uit Berkel en Rodenrijs (21 jaar) en Evert Kaper uit Wormerveer  (19 jaar), werden bij hun poging zich bij de Engelsen aan te sluiten, gepakt en overgebracht naar Velp.

Later op de dag zijn op dezelfde plaats nog twee jongens geëxecuteerd. Ze zaten tot dan toe gevangen in Ede. Het betreft de Haagse studenten Willem van Balen (22 jaar) en David Bakker (21 jaar). Eind oktober waren ze naar de Alblasserwaard gereisd om eten te halen voor hun families. Ter plaatse besloten ze om de Lek over te steken en zich aan te sluiten bij de geallieerden. Ze werden gepakt en opgesloten.

De lichamen zijn na de oorlog herbegraven in hun woonplaatsen. Op 13 december 1997 is door de gemeente Rozendaal een gedenksteen geplaatst met daarop de tien namen. Nabestaanden uit het hele land hebben toen die plechtigheid bijgewoond. Ieder jaar, op 4 mei, legt het gemeentebestuur van Rozendaal bloemen bij dat monument.